De Gaarde

English version

Leerplek voor Leven in Verbondenheid
Berkengaarde 17, 5056 JE Berkel Enschot
Tel: 013-5339425

handenatoomwandelingkringrozenparadima shift

 

Ad Vermeer als pelgrim-op-de-fiets naar de bronnen van de Ganges

In de stilte van de vogels zing ik mijn lied zachtjes
opdat het mijn geluk geenszins zal verstoren en ik kan
opgaan in het niet

 

 

-Uit liefde-
Een jaar na terugkeer voel ik de behoefte te delen wat ik het meest koester van
mijn reis in India. Graag liet ik tot nu toe de beelden zien van wat ik met eigen ogen mocht aanschouwen en leidde zo de toeschouwers af van waar het mij om ging. Collega’s liet ik zelfs de beelden lange tijd niet zien omdat ik het oneerlijk vond als ik het met hen niet over de ontmoete waarheid zou hebben. Excuses beste lezer; het wonderbaarlijke wat mij ten deel is gevallen vroeg om bescherming . Het maakte mij kwetsbaar en dat is nog steeds zo. Stil zijn was nodig om eerst opnieuw te kunnen aarden in de oude wereld waarin ik terugkeerde. Besef als je dit leest dat dit alles voor mij een proces is dat ik niet kan doorgronden maar waarvan ik weet dat het mij steeds dichter bij de kern
van het leven brengt. Uit liefde wil en kan ik het nu delen.

 

-Waarheid-
Als mens ben ik tot veel in staat, even zeer ben ik onmachtig. Soms mag ik
verwijlen in een bewustzijnsniveau dat hemels aandoet waarna ik weer neerdaal
in mijn aards geploeter. Zou ik je in die hemel kunnen ontmoeten dan kende het leven voor ons beiden geen geheimen, wij zouden het te midden van de waarheid over alles (ont)roerend eens zijn.
Ik benader je echter niet vanuit het ongelimiteerde maar vanuit mijn aardse positie. Daarmee wordt onze uitwisseling plots heel anders. Op papier voel ik mij niet in staat mijn ervaringen zo over te brengen dat ze zuiver overdraagbaar zijn. Als ik ook nog zou gaan abstraheren bereiken we elkaar zeker niet. Daarom
weersta ik mijn onnatuurlijke neiging je proberen uit te leggen wat mij gebeurde.


Liever reik ik mijn ervaringen aan die voor mij zowel spiritueel als blijvend van aard zijn. Spiritueel omdat ze mij ver overstijgen en tegelijk deel van mij zijn. Blijvend van aard omdat ze als onvergankelijk aanvoelen, mijn cellen voorgoed hebben omgezet. Mogelijk bieden deze ervaringen voor je iets bruikbaars waarbij niet relevant is wat waar of echt is. Spiritualiteit is in de kern zo persoonlijk dat je je eigen waarheid mag koesteren. Laat dat in Gods naam zo blijven; bij spiritualiteit past geen normering of algemene consensus. Iedere discussie daarover lokt ons weg van het ware. Hoeveel religies is dit bij het bewijzen van het eigen gelijk al niet overkomen?

 

-Van ongeloof naar weten-
Laat ik niet langer betogen maar verhalen. Toen ik vertrok wist ik niet waarom,
alleen dat ik moest gaan. Na terugkeer weet ik dat het goed is, ontdek nu stap voor stap waarom. Evenzo kan ik mijn behoefte dit alles op te schrijven en met
je te delen niet doorgronden. Brengt het mij tot her-inneren of streelt het delen
slechts stiekem mijn ego?

 

 Ik ben moe als ik vroeg in de middag Uttarkashi bereik. De zon staat inmiddels hoog aan de hemel terwijl de dauw van de ochtend nog in de lucht hangt. Na een dag of zes fietsen vanaf Delhi ben ik aan “mijn ashram” toe. Gelijk een Hindoepelgrim volg ik de heilige Ganges stroomopwaarts. Mijn spirituele bagage bestaat slechts uit een klein en vrijwel leeg rugzakje. Ik ben vooral via het doopregister van de kerk verbonden met God. Mijn katholieke opvoeding heeft daarna beslist geen positieve invloed op die verbinding gehad. Mijn
pelgrimage is dan ook een zoektocht, geen bevestiging, laat staan een viering van een bewuste relatie.

 

Overigens zal geen Hindoe het in zijn hoofd halen deze tocht fietsend te maken zeker niet op een leeftijd die niet ver af ligt van hun gemiddelde levensver- wachting. Als je ooit bewondering wilt oogsten van iedereen die je onderweg ontmoet kan ik je mijn avontuur aanraden. In alle andere gevallen is mijn advies een meer relaxte weg naar je innerlijk te volgen dan fietsen in de Indiase Himalaya.

 

Zo’n beetje halfweg het 350 km. lange Gangesdal blijkt dat ik toch nog even verder bergopwaarts moet. Na weer een bord te zijn gepasseerd met daarop voor mij onleesbaar Hindi, stop ik plots…….ik “weet” dat het hier moet zijn. Maar waar? Ik draai mij om en zie dat op de achterkant van het gepasseerde bord de naam van de ashram in het Engels staat met een pijl voor de juiste afslag. Nog


onder de indruk van mijn intuïtie word ik warm welkom geheten door de swami waarvan ik slechts de naam ken.

 

Nooit eerder was ik in dit land noch ergens anders op weg voor mijn innerlijk.
’s Avonds lig ik in mijn sober bed te kijken naar het silhouet van mijn nog altijd mediterende Indiase kamergenoot. Ik overdenk het waarom van mijn drie maanden sabbatical en meer nog de bijzondere invulling die ik er aan geef. Het moest nu gebeuren, kon niet wachten totdat mijn vrouw toe was aan de beroemde wandeling naar Santiago. Mijn nog maar prille spirituele ontwikkeling vroeg om bijzondere aandacht, meer dan af en toe een workshop of een goed boek. Maar ook mijn baan drong aan op bezinning, voelde soms als een doodlopende weg, te vaak als een te vermoeiend perspectief.

 

De slaap niet vattend denk ik terug aan alle voorbereidingen,  waarbij me te binnen schiet dat ik enkele weken voor vertrek,  al filosoferend tot het inzicht kwam een druppel te zijn, “het geheel” is water. Waarom valt me dit nu te binnen?

 

Mijn dagen hier beginnen met een meditatie aan de Ganges die vlak achter de ashram stroomt. Na enig zoeken vind ik een comfortabel rotsblok als zetel en deze zal, zo blijkt achteraf zeventien dagen dienst doen. Met het verblijf in stilte ben ik nog niet zo vertrouwd, voelt ook niet steeds comfortabel. Maar het boven de bergen uitstijgen van de zon is wel elke dag een warme weldaad. Wat ik niet kan vermoeden is dat ik op deze plek, gezeten te midden van een stenen woestenij dagen achtereen vervuld zal raken van wat mij wordt aangeboden; op elke levensvraag die ik stel een ontwijfelbaar antwoord. Ontwijfelbaar noem ik; dat, wat ik niet kan bedenken.

 

’s Morgens van 10 tot 1 uur geeft de oude swami uitleg vanuit zijn favoriete heilige boek. Zijn gehoor bestaat uit een min of meer gelijke mix van Indiase en westerse mensen, steeds zo’n tien tot vijftien in getal. Ik schuif als onwetende in dit gezelschap aan op de binnenplaats. Elke dag wordt een zin, een alinea en
maar zelden meer dan dat behandeld. Er is altijd ruimte voor verdiepende vragen

 en discussie, het ware is immers pas “waar” als je het als zodanig kunt aanvaarden. Daar blijkt heel veel relativerende humor bij te horen. Het is de individuele ruimte die hier hoort bij de wijze waarop het aloude weten wordt onderwezen en geleefd. Het versterkt mijn vertrouwen in vrijheid.


Deze oude wijze man spreekt deels , en soms drie uur helemaal niet, in het
Engels. Door zijn Indiase tongval kan ik het in het begin amper verstaan. Maar op deze eerste dag zegt hij in één van zijn, voor mij verstaanbare zinnen plots: “you are a drop, God is water” . Ik schrik, kan niet geloven wat hij zegt, gelukkig herhaalt hij het nog een keer: “you are a drop, God is water”. Dan dringt het tot mij door wat hij mij aanreikt. De rest van mijn eerste dag ben ik er ondersteboven van, diep ontroerd en weet ik dat ik hier op mijn plek ben.

 

De middag breng ik, zoals ik nog vaak zal doen wandelend door in de omgeving, in mijn eentje volg ik de Ganges en laat mij verwarmen door de herfstzon. Ik verwerk stap voor stap, vaak is mijn tred daardoor alsof ik schrijd, niet op
straat loop maar de aarde mij laat be-gaan. Ik schrijf in mijn dagboek: “de goede richting is die niemand wijst, loop niet, maar onderga.” Ik krijg toegang tot een nieuw bewustzijn, de wereld van het diepe weten waarin uitsluitend waarheid is. Waarheid wordt voor mij, dat waarvoor geen bewijs noodzakelijk is.

 

 ’s Avonds sluit ik tegen zonsondergang aan bij het zingen. Meestal twee , twee en een half uur lang, elke avond dezelfde aanbidding van Hindoe
goden in het Hindi met voor mij onuitsprekelijke woorden als “vakrtsundaraambaradhare” ? Hannuman de aapgod komt het meest aan zijn trekken. Een klein tekstboekje maakt het mij na een paar weken mogelijk alles mee te zingen. Ik heb geen band gekregen met Hannuman, noch omgekeerd, maar uit respect voor wat deze mensen mij dagelijks geven zing ik met
ze mee. Hun religie is en wordt niet de mijne maar wij weten hetzelfde en dat vier ik graag met ze.

 

Dagelijks weet de swami wel iets in mij te raken dat mij vervult, antwoorden op mijn levensvragen. Of het geeft aanleiding tot vragen die ik ‘s morgens op mijn steen gezeten stel. In de verstilling ontvang ik inzicht, ervaar of beter nog; ik word gewaar. Zo krijg ik duidelijkheid over mijn ziel die voorheen iets ondefinieerbaars was. Wat ik als “weten” ervaar is voor mij goddelijk. Wat ik bedenk of begrijp blijft menselijk. Langzamerhand besef ik dat er een wereld van verschil is tussen geloven en weten, ik ben geen gelovige geworden maar een wetende. Ik beleef het nog altijd als een gelukzalig hervinden van mezelf door onhoorbare woorden die diep in mij worden verstaan.

 

Mijn retraite eindig ik met drie dagen stilte. Tijdens mijn laatste ochtendmedi- tatie aan deze voor mij heilig geworden rivier voel ik mij heel bijzonder. Bij het openen van mijn ogen word ik gewaar dat de stenen om mij heen een ziel hebben. Ik ervaar dat ik met ze verbonden ben, beleef wat mij eerder als wijsheid werd aangereikt. Het was de meest indrukwekkende ervaring van mijn reis.


 

-Overgave-
Eindeloos kan ik verhalen over wat mij ten deel is gevallen. Je kreeg zojuist

 slechts een kleine glimp. Toen ik God vroeg wat mij met al deze ervaringen te doen stond in mijn verdere leven was het antwoord eenvoudig en geruststellend: “ben een goed mens”, meer niet. Ik heb geleerd dat ik mij daarvoor niet hoef uit te putten ! Leven vanuit liefde, richt zich op niets of niemand, is een staat waarin ieder mens kan verkeren, een
levenshouding van waar uit je handelt. Dit weten maakt mijn spiritualiteit voor mij duurzaam. Alleen als jij ook “weet” zul je dit begrijpen, zo niet, geen zorgen want dit “weten” is in iedereen. Er is immers één waarheid die wij allen delen, die van die ene bron die altijd naar een ieder toekomt. Een niet uit te wissen gewaarwording die mij ten deel viel op weg naar de bron van de Ganges; liefde is een onuitputtelijke stroom in onze richting. God zij dank! Met moeite geef ik mij over.

 

Ad Vermeer
2010

 

Vorige pagina's bezinning: brieven van Elly Verijt van haar reis naar de Fillipijnen en Indonesie in 2009

Oktober 2010
Juli 2010
Mei 2010
Maart 2010
Februari 2010
December 2009
Reisbrief 6
Reisbrief 5
Reisbrief 4
Reisbrief 3
Reisbrief 2
Reisbrief 1

Wilt u reageren op deze tekst? Plaats uw reactie in ons gastenboek.