![]() |
De Gaarde
|
Leerplek voor Leven in Verbondenheid |






Nieuwsbrief mei 2010 |
Jaargang 5, Nummer 3 |
Biodiversiteit 3. Integriteit van de Schepping
door Elly Verrijt
Onze omgang met *Mitakuye Oyasin
*Dakota voor: “al–onze–relaties”
We hebben als mensheid een Internationaal Jaar van Biodiversiteit afgekondigd en allerlei activiteiten ontvouwen zich wereldwijd. Uit onderzoek is duidelijk geworden dat 80% van de ondervraagden niet weet wat biodiversiteit of het belang daarvan is, terwijl er in hoog tempo soorten verdwijnen.
Er is veel geschreven over het verlies aan biodiversiteit en verontrustende cijfers zijn al voorbij gekomen in de media.
Deze keer staan we in deze Nieuwsbrief stil bij de innerlijke houding, de spirituele visie van waaruit elke actie echt duurzaam kan zijn. We gaan daarvoor o.a. te rade bij de wijsheid van de Eerste Volken.
Als de inheemse volken spreken over “al- onze -relaties” drukken ze daarmee de onderlinge verbondenheid uit van alle leven. Daarmee drukken ze de onderlinge verbondenheid uit van alle leven. Ze gebruiken daarbij het beeld van een familie. Kan er een mooier beeld zijn voor de aard van deze verbondenheid? Wij delen hetzelfde bloed, dezelfde bloedlijn, want alles komt voort uit dezelfde Bron en uit dezelfde Intentie: Liefde.
Dit tekent iedere duurzame inspanning voor behoud van veelsoortig leven. Daaruit volgt een houding van ‘bloedverwantschap’ met alle leven en niet een van heersen over, in bezit nemen van, rentmeester zijn over de rijkdommen van de natuur.
Zoals in een familie ( ecologie betekent “huis van leven”) kan niemand iets opeisen, maar alles wat we ‘gebruiken’ is een gift, geen vanzelfsprekend recht. Ieder lid van de Aardefamilie is gebonden aan de zelfde kosmische wetten: de bergen en het land, de gazelle en de vis, het water en de mens , de koeien en de vogels.
Daar waar deze wetten worden geleefd, wordt de oorspronkelijke eenheid van alles gewaarborgd. Dan spreken we van integriteit of heelheid van de Schepping.
- Alle leven kent een wijze van holistisch functioneren en daardoor kan leven eindeloos doorgaan. Als we tenminste deze integriteit geen geweld aandoen door onze menselijke ‘behoeftigheid’.
- In de natuur is alles voortdurend in verandering, maar er is een diepgaande ordening waarin alle leden van de gemeenschap samenwerken.
- Er is een diepgaande ordening van een gemeenschap waarin alle leden met elkaar samenwerken. Elkaars grenzen en behoeften worden er ‘natuurlijk’ gerespecteerd. Doen we dit niet dan kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan.
- In de evolutie van leven op Aarde wordt alles maar één keer gegeven d.w.z. dat er geen fabriek is voor nieuw water in de kosmos, als onze waterbronnen opdrogen of vervuild raken. De Aarde is eindig en beperkt in haar bronnen. Schaarsheid is de realiteit en niet oneindig nemen!
- Ieder schepsel op Aarde heeft het recht om volop te kunnen leven naar de ingeboren mogelijkheden en potentie. (Een koe is dus geen melkfabriek.)
- Ieder schepsel heeft recht op een gezonde plek om te leven. Ook de mussen en de wolven!
- Iedere soort heeft het recht om zich voort te planten zonder allerlei ingrepen van chemische stoffen, radio -actieve stoffen en genetische manipulatiemethoden.
- Iedere soort mag haar eigen evolutionaire potentie ontwikkelen in een evenwichtige natuur, zonder dat de mens haar uitsterven bewerkt.
- Ieder schepsel heeft het recht om vrij te zijn van menselijke wreedheid, misbruik en gebruik voor menselijk gewin als reden van bestaan.
- Ieder schepsel heeft het recht op herstel als het in deze rechten is aangetast.
- Ieder schepsel heeft recht op een rechtvaardig aandeel in de rijkdommen van de natuur ( bijv. water, voedsel, ruimte om te leven).

“Als de dieren naar ons toekomen, en om hulp vragen
Zullen we dan weten wat te zeggen?
Als de planten ons aanspreken
in hun kwetsbare, prachtige taal
zullen we hen dan kunnen antwoorden?
Als de Aarde zelf voor ons zingt in onze dromen,
zullen we dan opstaan en handelen?”
Gary Lawless
Biodiversiteit – een ervaringsverhaal van Willem Arts
Graag stel ik me voor. Ik ben Willem Arts (geb. 1950). Mijn professionele achtergrond ligt in het opbouwwerk. Na diverse ervaringen in dit werkterrein heb ik de keuze gemaakt voor een eigen praktijk waarbij ik mijn ervaring als opbouwwerker combineer met het werken in een natuurlijke omgeving.
Mijn passies zijn Mensen – Aarde – Paarden.
Mijn motto: minder = meer.
Mijn grote leermeester: Het zelfherstellend en helend vermogen van de natuur
De vraag om iets te vertellen over biodiversiteit en dieren is me uit het hart gegrepen.
Vanuit mijn christelijke achtergrond heb ik me van kinds af aan erg aangesproken gevoeld door Franciscus van Assisi. Hoewel ik me minder religieus voel, wél geaard spiritueel, herken ik me in zijn thema: waarheid, liefde en vreugde. In mijn ogen heeft hij al vroeg begrepen dat biodiversiteit staat voor respect voor alle levende wezens. Biodiversiteit gaat dus over ons dagelijks leven en eigenlijk over onze zoektocht om te leren echt ‘in verbinding te zijn’ met onze omgeving en met onszelf. Er is in mijn ogen geen betere leerschool dan de natuur zelf. Ook in spirituele zin gaat biodiversiteit dus over mensen, dieren en planten. En vanuit die invalshoek wil ik iets vertellen over mijn ervaringen.
In mijn huidige praktijk werk ik regelmatig met mensen op boerderijen en in tuinen. Ik voel me een rijk mens dat ik op deze manier de kans krijg om op een organische manier met mezelf en mijn medemens in contact te komen. Door samen te werken met planten kunnen we ons bewust worden van onze verbondenheid met de aarde. In het omgaan met dieren krijgen we de kans op een veilige manier een verbinding aan te gaan. Zo leer ik van Pandor, mijn paard dat vanaf nu een mooie plek heeft op een zorgboerderij, hoe helend waarnemen zonder oordeel is als ik bereid ben me open te stellen voor wat hij me laat zien. Hij kan niet anders dan eerlijk en oprecht zijn vanuit zijn aard.
Vanuit dit soort ervaringen voel ik nu in mezelf de omkering van de boerenjongen, die al vroeg leerde in de aarde te werken zonder te voelen wat de natuur met hem deed, tot de man, die de aarde voelt en zich keer op keer kan verwonderen om wat de aarde geeft.
Elk voorjaar opnieuw voel ik me geraakt door de ongelofelijke loyaliteit waarmee de natuur, ook nu weer na zo’n lange winter, terugkomt en ons laat genieten van al haar schoonheid.
In welk schril contrast staat deze verwondering met wat ik gelijktijdig om me heen zie in het Brabantse land. Sinds drie jaar heb ik in het buitengebied van Midden-Brabant mogen wonen. En hoewel dit stukje Nederland gelukkig prachtige stukjes natuur kent, ben ik me rot geschrokken van de megastallen die het landschap steeds meer beheersen. Ik schrik me rot van de buldogs van machines die de aarde bewerken of, zoals nu in het land van de Hilver, in het kader van de herstructurering natuurgebieden moeten realiseren.
Wat is er met ons mensen gebeurd dat we zo uit de verbinding zijn geraakt, dat onze voedselproductie verwordt tot een industrieel proces? Elk contact met het dier wordt gereduceerd tot een instrumentele handeling welke uitsluitend is gericht op productie(-vermeerdering).
Wat betekent dit voor de dieren en welke invloed heeft consumptie van deze producten op ons menselijk gedrag? Wat doen we met de wetenschap dat dierziekten een serieuze bedreiging vormen voor de volksgezondheid en de intensieve veehouderij in belangrijke mate verantwoordelijk is voor verwoesting van aardoppervlak elders in de wereld?
Wat moet er nog meer gebeuren om ‘wakker te worden’ als we stil staan bij de grote schaal waarop gezonde dieren geruimd worden? Ook nu weer bij het ruimen van veelal gezonde geiten mis ik de ethische vraag m.b.t. onze houding ten opzichte van levende wezens. Alleen het woord ruimen al?!
En bovendien mis ik de vraag ‘ten koste van wie of wat?!’.
Het is economie wat de klok slaat, zoals onlangs bleek in een debatavond over megastallen. Het recente besluit tot beperking van de bouw van nieuwe megastallen (in Brabant) is hopelijk van historische betekenis en het begin van een omkering in de wijze waarop we met onze voedselproductie willen omgaan.
De noodzaak van een omkering van deze industriële mens- en dieronwaardige productie toont zich immers langs alle kanten en maakt ons hopelijk bewust van ‘hoe’ voedselproductie een belangrijke schakel is tussen mens en natuur.
Het voelt een beetje aan als de strijd van David tegen Goliath, maar ik kan me gelukkig voelen met allerlei initiatieven in en om de stad, zoals moestuinen die her en der verschijnen, stadsboerderijen die worden opgericht en streekproducten die steeds meer in de belangstelling staan. Ik vind het van levensbelang dat we als burgers onze eigen verantwoordelijkheid nemen en het recht opeisen dat economie en technologie in dienst staan van heel de schepping, zodat mensen hier en elders op de wereld menswaardig kunnen bestaan.
Willem Arts
Voor bijpassende meditaties: pagina Bezinning van onze site www.degaarde.org
Voorgaande nieuwsbrieven
Nieuwsbrief februari-april 2011Nieuwsbrief december 2010
Nieuwsbrief okt-nov 2010
Nieuwsbrief september 2010
Nieuwsbrief juli 2010
Nieuwsbrief mei 2010
Nieuwsbrief maart-april 2010
Nieuwsbrief maart 2010
Nieuwsbrief december 2009
Nieuwsbrief november 2009
Nieuwsbrief oktober 2009
Nieuwsbrief september 2009
Nieuwsbrief augustus 2009
Nieuwsbrief juli 2009
Nieuwsbrief juni 2009
Nieuwsbrief april 2009
Wilt u reageren op deze tekst? Plaats uw reactie in ons gastenboek.
